Innocence

I just saw a man get hit by a car, fly up in the air and fall to the ground. Now he lies there without moving. Must be taking a nap. The person who was driving the car is getting out, speeding toward the man on the concrete. The driver bends forward and pushes on the chest of the man lying on the ground. He keeps doing this for some time and then stops. He shouts and cries. I think he’s sad. Mommy comes into the garden, mommy sees what’s happening on the street as well and carries me inside. I say I want to keep playing outside but mommy keeps on telling me I have to play inside. OK, if mommy says so. I play with my police car, on the new carpet we got. My police car used to make the same sound as the siren which I hear outside, but it doesn’t work anymore. Might be because I dropped it from the kitchen table once. It fell to the floor, just like the man outside did. I think that man is a stuntman. I want to be a stuntman when I am bigger.

Untitled story beginning

I wrote the start of an idea I had for a story. I would love you critiquing it/giving me feedback on it, because I don’t know what people think of my writing, whether it is ok or not.

Alright, here we go:

Title: Untitled story
Genre: Fiction, don’t really know what genre yet
Word count: 535
Type of feedback desired: My writing. I don’t know if it’s good and I’ve never had any critique/feedback on it, so I don’t know whether my writing is ok or not.

“..with that he says learning distinguishes learning activities of students, that learning is a social activity in combination with the environment, and creating knowledge is a constant process of reconstruction. Knowledge, in his eyes, isn’t stable.” Pierce sighs. He lies down on the bed and puts his hands behind his head. He is only three pages in the chapter of the book, he has had enough of it already. He looks out of the window. Leaves are falling down the trees and the autumn sun lights them, making the scene look like embers whirling through the air. The door opens, and Garrett stands in the doorway. “Tough time?” he says, crossing his arms.

“Yeah.. I keep on reading the same sentences twice and they still don’t stick,” Pierce says, rolling his eyes. “It’s just something that has to be done because we have to, not because we actually like it.”

“Yep, same here. And most of the times, you don’t actually gain benefit from it,” Garrett says. “It is hard sometimes, having no motivation but still having to do lots of studying.” Garrett walks to the bed and grabs the book, looking through the pages. “You know, sometimes I think of quitting it all and just doing something else.. I don’t know what, but something else.” Pierce looks at Garrett and nods. “But we can’t,” Garrett says. He’s laughing. “We have to earn some money, look after our loved ones, pay the bills, and so on. We can’t just give up and go do something else. That’s the sad thing about being an adult; the responsibilities.”

“Exactly, even though sometimes we want to,” Pierce says.

Garrett nods, lifting a corner of his mouth. “Alright, going downstairs again, back to studying, unfortunately..” he says. “Good luck, brother!” He lifts his fist in the air, as a symbol to keep up the strength.

“You too, sir,” Pierce says, lifting up his fist as well. Garrett closes the door and heads downstairs. Pierce picks up his book and starts reading again. He is able to read another few pages, but after a while, he throws the book down and shakes his head. “How is this even readable for humans? I mean, humans with common sense.. Geez..” he grumbles. Pierce starts staring at the ceiling. Lame responsibilities. What if there weren’t any? What if we could just give up and do whatever we want? Earn a ton of money and have fun, doing things you otherwise couldn’t do, change the world, go travelling, or even do nothing. Just chill. Of course, not every day, but at least for some days.

Downstairs, Garrett is buried in his books again, going back and forth between making notes and reading. “Want another cup of tea, hun?” Mary says, giving him a little massage. “I would love too,” Garrett says, as he turns around and gives her a kiss. As Mary walks to the kitchen, a rumbling is coming down from upstairs, the door opens with a blow and Pierce stands in front of the table where Garrett’s sitting at. “Having luck now?” Garrett says with a smile.

“Even better,” Pierce says. “Let’s quit this crap and do what we want to do.”

Thank you for reading and have a jolly day!

‘A matter of time’ – Short story in Dutch (sorry, folks!)

“Dank je wel! Dit scheelt me enorm!” zegt de vrouw. Ze heeft haar handen vol met boodschappentassen die tot de rand gevuld zijn. De jongen heeft haar net geholpen met het oprapen van de boodschappen, omdat de vrouw is gestruikeld over de stoeprand die net iets hoger uitsteekt dan de stoeprand aan de overkant van de straat. Er liggen nog een paar geplette bananen op het zebrapad en één doos eieren is gesneuveld, maar daar kan de vrouw mee leven. “Geen dank, het is mijn plicht” antwoordt de jongen met een lichte lach op z’n gezicht, een lach die net niet volledig tot recht komt als glimlach. De vrouw lacht. “Waren er maar meer mensen die het als plicht zouden zien!” De vrouw vervolgt haar weg richting de woonwijk en de jongen loopt de andere kant op. Hij kijkt om zich heen, alsof hij iemand aan het zoeken is. Dan steekt zijn hoofd opeens omhoog en versnelt zijn looptempo. In de verte ziet hij een man bij de ingang van het park staan. Hij heeft zijn handen in het haar. “Fred! Fred!” roept de man. De jongen vraagt wat er is gebeurd en de man vertelt hem dat zijn hond is weggelopen. “Is hij nog in het park?” vraagt de jongen terwijl hij weer zoekend om zich heen kijkt, zijn ogen fijngeknepen. “Nee” antwoordt de man, “ik was m’n hond aan het uitlaten in het park toen hij opeens lucht van iets kreeg en het op een lopen zette. Hij rende richting de uitgang van het park en toen ben ik hem uit het oog verloren.” De man en de jongen kijken om zich heen en lopen rond de ingang van het park. WAF! WAF! klinkt het opeens in de verte. Met een ruk schieten de hoofden van beide in de richting waar het vandaan kwam. De jongen kijkt op z’n horloge. Nog 7 minuten. De jongen loopt met een drafje richting een rij huizen waar het geluid vandaan kwam. Wanneer hij eenmaal om de hoek is, ziet hij het hondje rondrennen. De hond rent achter duiven aan, die rustig op een informatiebord wilden zitten. De duiven vliegen alle kanten op, opgejaagd door de speelse hond. De jongen begint “Fred! Fred!” te roepen en de hond krijgt hem al gauw in de gaten. De jongen en de hond lopen elkaar tegemoet maar voordat de jongen naar de lijn kan grijpen keert de hond zich om en sprint weg. “Nee, Fred! Hier komen!” Hij rent achter de hond aan. “Hij wil vast spelen,” denkt de jongen. “Ik heb een beter idee, ik ga hem lokken”. De jongen stopt met rennen en gaat gehurkt zitten. Hij vormt zijn handen tot een kommetje en schud het een beetje heen en weer. De hond, die steeds achterom kijkt, blijft abrupt stil staan en keert terug. Hij heeft wel zin in wat voer. Langzaam komt de hond aanlopen. “Ja, goed zo, beestje,” fluistert de jongen, “kom maar hier.” De hond is op minder dan drie meter afstand wanneer de jongen zich klaar maakt om het dier te grijpen. Bijna.. Nog even.. NU! De jongen grijpt de hond vast bij z’n lijf en tilt het dier op. Het dier begint te blaffen en te spartelen, maar de jongen laat niet los. “Hebbes!” roept de jongen euforisch uit.

Terwijl hij zijn weg terug maakt naar het baasje, de hond voor hem uit lopend aan de lijn, kijkt hij op zijn horloge: één minuut voor twee. De jongen zucht opgelucht. “Nog één minuut. Dat had raar af kunnen lopen,” denkt hij terwijl hij het zweet van z’n voorhoofd veegt. “Geweldig!” roept het baasje terwijl hij op de jongen en de hond af komt lopen. Hij tilt Fred op. “Dat mag je niet weer doen, jongen!” De hond kijkt zijn baasje aan en laat een blaf uit. “Hartelijk dank, kerel!” zegt het baasje terwijl hij de jongen een stevige handdruk geeft. De jongen knikt naar de meneer en loopt weer verder, het park in. Hij begint weer met zoeken, maar deze keer duurt het langer voordat hij iemand vindt. Iemand die hulp nodig heeft. Uiteindelijk valt z’n oog op twee meisjes die op een bankje onder een grote boom zitten. De twee zijn druk in discussie over iets. Ze wijzen steeds naar de bladzijden in het boek dat het ene meisje vasthoudt en kijken elkaar dan weer aan, zonder een moment stil te zijn. De jongen loopt naar ze toe en ziet dat het een schoolboek is. “Kan ik jullie helpen, dames?” vraagt de jongen haastig. Hij heeft op z’n horloge gekeken. Vijf over twee. Nog vijf minuten. De meisjes kijken op met gefronste gezichten. “Ja. Die sukkel denkt dat ze het altijd beter weet, maar deze keer heb ik het juist!” zegt het linker meisje, terwijl ze boos naar haar buurvrouw kijkt. “Hallo! Ook deze keer heb ik het juist. Ik heb altijd gelijk en nu denk jij dat jij opeens gelijk hebt?” antwoordt het meisje dat naast haar zit. De meisjes beginnen weer met discussiëren over wat er in het boek staat en waarom ze vinden dat ze gelijk hebben. De jongen pakt het boek en neemt een kijkje naar wat er in staat. Het gaat over grammatica. Engelse grammatica. Het is een Engels studieboek. “Meiden. Het is jullie geluksdag,” zegt de jongen trots. Hij studeert voor docent Engels en heeft net een grammatica toets achter de rug. “Wat willen jullie precies weten?” vraagt de jongen terwijl hij beide meisjes aan kijkt. De meisjes, die even gestopt zijn met bekvechten kijken elkaar aan en roepen dan in koor: “de future perfect continuous!” De jongen kijkt dolblij en zegt “piece of cake!” Dat heeft hij laatst nog geleerd voor de toets. “Het is simpel, je kijkt eerst of er.. Eh..” De jongen stamelt en begint te stotteren. Hij is druk aan het nadenken en weet niet hoe hij verder moet vertellen. Hij is de draad kwijt. “Zei ze nou … of was het …?” denkt de jongen, terwijl zijn ogen groter worden en er zweet op zijn voorhoofd tevoorschijn komt. Hij krabt zich op zijn hoofd en begint alleen maar meer te stotteren en stamelen.

Opeens beweegt hij niet meer, hij wordt helemaal stijf. Hij slikt en slaakt een zucht, waarna zijn ogen opeens beginnen te draaien en het wit van zijn ogen de pupillen doen verdrinken. De jongen verliest balans en valt als een pudding op de grond. De meisjes geven een krijsende gil. Ze springen op en kijken wild om zich heen, schreeuwend om hulp, terwijl ze naast de jongen neerknielen. De secondewijzer van het horloge van de jongen tikt rustig door. Tik. Tik. Tik. De kleine wijzer wijst naar de twee, terwijl de grote wijzer heel langzaam maar zeker verder beweegt. Het wijst naar de tien.

Het is tien over twee.